De duivelse kasseien van de Gotthard

De duivelse kasseien van de Gotthard

Vanaf Göschenen moet je door de Schöllenenschlucht en over de Teufelsbrücke om de Gotthard te bedwingen. In deze smalle kloof stroomt de Reuss die maar moeilijk te overwinnen was. Het waren de Longobarden in het jaar 569 die een aan kettingen hangende brug bouwden om van het zuiden op te kunnen rukken. Pas in 1198 werd deze vervangen door de Teufelsbrücke. Het was een pact met de duivel. De snelste route naar Italië werd al snel ontdekt bij kooplieden en de lokale bevolking wist hieruit weer voordeel te halen door het alleenrecht te eisen over het ezelpad. De aanleg van een weg duurde tot 1836 en vanaf 1842 reed de legendarische postkoets met vijfspan over de pas. Tegenwoordig is de grootste hindernis de kilometerslange files voor de in 1980 opengestelde tunnel die in de zomermaanden op kunnen lopen tot tweeënhalf uur. 

De legendarische rit per postkoets uit de 18de eeuw

We zijn in Airolo aan de zuidzijde van de Gotthardpas, daar waar treinen en auto’s de tunnel in verdwijnen om zo snel mogelijk aan de noordkant te komen. Wij hebben geen haast vandaag en slenteren eerst door het dorp dat vooral leeft van toerisme. In de winter het bescheiden skigebied met 30 kilometer piste tot 2256 meter hoogte en de zomer zijn het vooral bergwandelaars die de Trans Swiss Trail of de Strada alta Leventina belopen. Bij de kaasboerderij halen we typische bergkazen. Een rondleiding slaan we beleefd af. De berg roept! De Tremola roept!

Al jaren komen we hier voorbij op reis naar Italië en elke keer nemen we ons voor de Tremola te fietsen. Maar telkens gooit het weer roet in het eten. Mist, regen en bewolking ontnamen steeds weer het zicht op de prachtige bergpas naar de Gotthard. Maar nu onderweg naar Toscane wordt ons  geduld eindelijk beloond.

Sommigen noemen het ‘het kleine Roubaix van de Alpen’. Het is de 13 kilometer lange klim met 900 hoogtemeters die vooral uit kasseien bestaat en slechts acht meter breed is. Het is de oude weg door het Val Tremola, gebouwd door de Zwitsers in de begin jaren van 1800. In het begin was het een oud ezelpad. Het is een ingenieus stukje wegenbouw wat Airolo in Ticino verbindt met de Gotthardpas. Het is net een kronkelende slang die met 24 haarspeldbochten naar het Gotthard Hospice op 2091 meter klimt. Het stijgingspercentage is gemiddeld 7% met het steilste stuk van 12%. We vertrekken vanuit zonnig Airolo en fietsen rustig het eerste stuk omhoog. Het is eerst asfalt maar al snel dienen de eerste kasseienstroken zich aan. Langs de kant van de weg de typische stenen die als vangrail dienen en bij elke kilometer afstand tot het Hospice aangeven. De herfst heeft zijn intrede gedaan en de bomen kleuren goudgeel. De lucht is kraakhelder en strakblauw wat prachtige vergezichten geeft richting de Nufenenpas en over het dal van Airola. De eerste sneeuw ligt al op de toppen. Na vijf kilometer steekt de wind op die vaak zijwaarts door het Val Tremola waait.

Na elke bocht is het fenomenale uitzicht de ultieme beloning!

We genieten van elke bocht en telkens zien we een etage hoger de contouren van de volgende haarspeldbocht. Het gaat geleidelijk omhoog en met onze e-bikes hoeven we nergens te stoempen, zelfs niet met een middelmatige ondersteuning. Maar schijn bedriegt, want de wielrenners en mountainbikers die zonder accu rijden, klimmen zich behoorlijk in het zweet. De brede banden van onze Santos Travellites hobbelen gemakkelijk over de kasseien en lijken ervoor gemaakt. Bocht na bocht komen we hogerop en de bomen liggen al snel onder ons en rijden we door de bruin verkleurde alpenweides. Nog een paar bochten en we zijn boven. De windmolen is een goed herkenningspunt en ook de autoweg die hoog langs de rotswand gaat is herkenbaar met de vele lawinegalerijen. We komen aan bij het Hospice wat helaas gesloten is. We halen onze lunch uit de fietstassen en vinden een plekje uit de gure noordenwind die extra versnelt over het bergmeer. De zon houdt ons warm.

Afdalen kan over de verbrede autoweg. Lekker glad asfalt en knallen maar. Of als je de tijd hebt richting Hospental en dan via de Furka en de Nufenenpas weer terug. Goed voor minimaal 3000 hoogtemeters op 100 kilometer. Het alternatief is afdalen naar Göschenen, langs de duivelse brug en met de trein naar Airolo. Uiteindelijk kiezen we voor de Tremola terug over de kasseien. Hobbelend en stotend dalen we af. Handen vast aan het stuur en veel remmen om niet van de kasseien af te stuiteren. Maar het uitzicht op de telkens opdoemde rij aan haarspeldbochten maakt alles goed. We strijken neer op een terras in Airolo tegenover het station en proosten op de Tremola, een legendarische Alpenpas die elke liefhebber ooit gereden moet hebben…

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.